Het utopia van Theodor Herzl

De Oriënt ligt niet alleen naast Europa: het is ook de plek van Europa’s grootste, rijkste en oudste koloniën, de bron van haar beschavingen en talen, haar culturele tegenstrever en een van haar diepste en vaakst opduikende beeld van de Ander.”
Edward Said

Het onmenselijke beeld van het Westen zoals dat door zijn vijanden wordt geschilderd, is wat wij occidentalisme hebben genoemd.
Ian Buruma/Avishai Margalit

altneulandHoe kijkt het Westen naar het Oosten en omgekeerd? In 1978 verscheen de lijvige studie Orientalism van de Palestijnse Amerikaan Edward Said, waarin hij uitgebreid ingaat op de manier waarop het Oosten werd geportretteerd vanaf de koloniale tijd tot en met het heden. Uiteraard komt Palestina vaak ter sprake, maar het boek gaat vooral over hoe het reduceren van complexe culturen tot stereotypen polarisatie en uiteindelijk geweld in de hand werkt. Het is een globale cultuurgeschiedenis van de afgelopen 200 jaar.

Uit een nawoord uit 1995 en een uitgebreid voorwoord uit 2003 – het jaar van zijn overlijden – spreekt nog steeds hetzelfde pessimisme dat zijn boek kenmerkt. Zijn overlijden viel middenin de periode van de Tweede Intifada. Ten tijde van het schrijven en publiceren van het boek waren er nog geen zelfmoordaanslagen in Israël, de eerste vond pas tien jaar later plaats. Said geloofde tot op het laatst dat alleen een humanistische aanpak een kans van slagen zou kunnen hebben. Aandacht voor wat alle culturen gemeen hebben, zowel de positieve als negatieve vooroordelen, zou een basis moeten vormen voor een dialoog. Maar het compromisloze opdelen van de wereld in “Amerika”, “het Westen”, of “de Islam” is sinds zijn studie niet minder geworden zoals iedereen weet. Sinds 1978 hebben we het internet, mobiele telefoons, Facebook en Prism erbij gekregen. Maar gemakkelijke toegang tot kennis en kennissen heeft niet kunnen voorkomen dat de fabricatie van een clash of civilizations gewoon doorgaat. En al lijkt de NSA te beschikken over onze meest intieme gegevens, ze zijn niet in staat een aanval met gifgas te voorzien.

Utopia in Palestina

In 2004 publiceerde Ian Buruma samen met de Israëlische filosoof Avishai Margalit een essay dat de titel kreeg Occidentalisme, het Westen in de ogen van zijn vijanden. De twee betogen hierin dat het negatieve beeld van het Westen dat overheerst in het Oosten (inclusief het Verre Oosten) in het Westen zelf is ontstaan. Met name door romantische, nationalistische stromingen in de 19e eeuw, die hebben geleid tot het Duits en Japans fascisme, het politiek zionisme, maar ook tot Mao’s communisme. Daarnaast heeft de invloed van westerse leiders op veel Arabische landen ertoe geleid dat het Westen wordt gezien als vertegenwoordiger van de Jahiliyya, de toestand van onwetendheid en barbarij van voor de islam. Daarmee wordt de eigen groep geplaatst tegenover iedereen die daar niet toe behoort, in plaats van de eigen groep te zien als een van de vele onderdelen die de mensheid uitmaken. En een betere manier om elke dialoog in de kiem te smoren is er waarschijnlijk niet.

Het laatste deel van Occidentalisme, De kiem van de revolutie, werd in 2002 in Jeruzalem geschreven, de geboorteplaats van Edward Said. Het begint met de nogal provocerende bewering dat Theodor Herzls roman Altneuland (Oud-Nieuwland) uit 1902 één van de meest opmerkelijke boeken van de 20e eeuw is.

Altneuland is een blauwdruk van de volmaakte joodse staat, een technocratisch Utopia, een socialistische droom met alle voordelen van het kapitalisme, een idealistische koloniale onderneming, een model van het zuivere denken, een ‘licht voor de naties’.

Herzl was bovenmatig optimistisch – een beetje ‘getikt’ zoals Hannah Arendt het noemde -, want hij ziet Jeruzalem al in 1920 als een moderne metropool verschijnen. En niet alleen zouden daar joden, moslims en christenen liefdevol samenleven, ook het Paleis van de Vrede zou in Jeruzalem gevestigd zijn. Toevallig woont Avishai Margalit in Jeruzalem en in 2002 – toen dit stuk geschreven werd – zag je er alleen verlaten straten, dichtgetimmerde winkels en stadsgidsen die bedelen om een aalmoes. “Alleen ultra-orthodoxe joden wagen zich nog in de middeleeuwse straten.” In de moderne delen staan mannen met machinegeweren de wacht te houden bij cafés en bouwen Palestijnen huizen en wegen voor joden, waarna ze zich weer naar hun eigen huizen haasten. “Elk van hen is, in de ogen van de angstige bevolking, een potentiële zelfmoordenaar die een bom bij zich draagt.”

Momenteel is het, om met CIDI-spreekpop Esther Voet te spreken, betrekkelijk rustig in Israël. Inderdaad, voor de Israëli’s wel, doch niet voor de Palestijnen die nog steeds dagelijks geterroriseerd, gevangen genomen, gemarteld en vermoord worden, die hun huizen en olijfbomen vernietigd zien worden door het leger en de kolonisten, die hun land gestolen zien worden. Maar voor hoe lang nog? Wat er veranderd is, is dat steeds meer Palestijnen kiezen voor vreedzaam verzet. Maar ook dat verzet wordt wreed onderdrukt. En ook dat verzet is uiteraard een middel tot een doel, geen doel op zichzelf. En wat als dat doel niet bereikt wordt? Wat in 2002 gold, geldt nu nog steeds:

Je kunt mensen niet blijven vernederen en koeioneren zonder uiteindelijk een gewelddadige reactie uit te lokken.

In Oud-Nieuwland worden drie stereotype karakters opgevoerd: een Amerikaanse miljonair, een depressieve jood uit Wenen en een arme, rechtschapen jood uit Oost-Europa. In twintig jaar tijd zien zij het Heilige Land getransformeerd worden van een plek vol arme, smerige, stinkende Arabieren tot een schoon, sterk, geïndustrialiseerd land, met “fabelachtige steden”.

Natuurlijk kon Herzl niet voorzien waar het zionistische project toe zou leiden in de werkelijkheid. Maar de auteurs van Occidentalisme zien wel dat “de kiem van deze tragedie” al in de tekst besloten lag. Het zit hem in de toon, de beschrijvingen, de merkwaardige rechtvaardigingen die Herzl aandraagt. Met het optimisme van het Europees modernisme, kwam naast “een fetisjistische voorkeur voor krachtcentrales en grote dammen” ook een blind geloof in economische vooruitgang en een maakbare maatschappij mee naar dit stukje Midden-Oosten.

Het klinkt allemaal prachtig. Maar ook de Arabieren hebben hun geloof en ambities, hun ‘identiteit’. Is dat geen obstakel? Een Arabier, Reschid Bey, geeft daar in Oud-Nieuwland antwoord op wanneer de Amerikaanse miljonair hem om zijn mening vraagt. Volgens Reschid is alles wat er gebeurt een zegen voor het land. Er was volgens hem niets ellendigers dan een Arabisch dorp aan het eind van de 19e  eeuw en de Nieuwe Maatschappij van het zionisme zou zorgen voor voorspoed en geluk. Met andere woorden, de doctrine van het ‘opvoeden van de wilden’ wordt hier door een van die wilden zelf aangeprezen. De auteurs wijzen er op dat in de jaren zestig van de vorige eeuw dergelijke ideeën waren terug te vinden in publicaties uit China en de Sovjet-Unie. De industriële vooruitgang die de primitieve bevolking aan de hand zou nemen, op weg naar een glorieuze toekomst. Dit beroep op de Verlichting heeft echter ook geleid tot de dodenakkers van China en Cambodja, en tot de gulags.

Het geval Japan

Wat moet je doen als je bedreigd wordt door een macht die sterker lijkt te zijn dan de jij? Als niet ideeën of morele overwegingen tellen, doch alleen de fysieke kracht van de vooruitgang? Japan is een fascinerend voorbeeld van een oude, feodale cultuur die in een oogwenk is omgevormd tot een modern industrieel en militair machtsblok.

De evolutionair bioloog Jared Diamond geeft in Guns, Germs, and Steel een mooi voorbeeld van de grilligheid van de geschiedenis. Technologie heeft geen intrinsieke waarde, in een geïsoleerde maatschappij gaan ontwikkelingen soms anders dan je zou denken, vooral wanneer een land zich niet bezig hoeft te houden met wat de buren doen.

In 1543 bereikten vuurwapens Japan voor het eerst. Portugese avonturiers lieten de Japanners kennismaken met de primitieve haakbus. Men was zo onder de indruk dat men het wapen zelf in productie nam en de technologie zeer verbeterde. Tegen 1600 bezaten de Japanners betere wapens dan welk land ter wereld ook. In het Japan van die tijd hadden de samoerai het echter voor het zeggen. Dit waren zeer traditioneel ingestelde mensen die veel belang hechtten aan rituelen en eer. Hun favoriete wapen is zoals bekend het zwaard. Toen echter bleek dat een primitieve boer met een geweer het makkelijk kon winnen van een samoerai werd het gebruik van vuurwapens steeds verder beperkt, totdat ze uiteindelijk zo goed als verdwenen waren.

Pas tweehonderd jaar later, toen in 1867 de samoerai het moderne Japan stichtten en er een ongekende transformatie plaatsvond kwamen de wapens weer in overvloed terug. Dit was een reactie op de Opiumoorlogen in buurland China. Men zag in Japan de vernedering die de Chinezen ten deel viel en men moest zich toen wel gaan verdedigen tegen de westerse machten. Zoals Buruma en Margalit schrijven was dit echter een verdediging door mimicry. Men nam van de agressors over wat men nodig had om ze te kunnen weerstaan. De eigen tradities werden hier grotendeels overboord gegooid. Japan had Oud-Nieuwland kunnen gebruiken als handleiding voor het scheppen van een nieuwe maatschappij.

Religie en technocratie

De gevolgen van het Japanse Wirtschaftswunder zagen we zelfs terug bij de keuze van kamikazepiloten. Dit waren vooral studenten geesteswetenschappen, studenten natuurwetenschappen waren te belangrijk in het nieuwe Japan. Dat de kamikaze-techniek in andere vormen en bij andere volken verder in de 20ste eeuw diepe sporen heeft nagelaten is genoegzaam bekend. Naast de deconstructie van Oud-Nieuwland zien Buruma en Margalit een groot gevaar in de soms latente, soms openlijke manipulatie van het religieus collectief geheugen met als doel het volk dingen te laten doen die geen normaal mens over zijn hart zou krijgen.

Kamikazepiloten die geloven dat ze “zuiver zullen vallen als een kersenbloesem“, Arabische zelfmoordenaars die een paradijs voorgeschoteld krijgen; Bush die uitriep: ‘God asked me to invade Iraq’; Israëlische soldaten die met religieuze symbolen als de Davidster, Yad Vashem en de bijbelse namen van militaire operaties worden opgevoed en hun eigen daden niet meer kunnen zien voor wat ze zijn: oorlogsmisdaden; overal waar geweld ontspoort wordt er een rechtvaardiging gezocht bij hogere machten. Ik ben het wel eens met de auteurs, religie “kan ook een kracht zijn die ten goede wordt aangewend”. Het is zonder twijfel ook waar dat een miljoen gelovigen in een vreedzaam samenzijn de voorpagina niet zullen halen, terwijl een wanhopige enkeling of een groep plichtsgetrouwe soldaten daar heel makkelijk voor kan zorgen.

Oude hersens in een nieuwe wereld

Ieder land dat terreur wil rechtvaardigen doet dat met een beroep op een waardenstelsel dat is overgeleverd door de eeuwen heen, joods, christelijk of islamitisch, het maakt niet uit. Ook in het in naam seculiere Westen wordt religie weer een politieke macht zodra de leiders de angst voor de Ander weten uit te buiten. Het laatste citaat uit het briljante essay van Buruma en Margalit slaat wat mij betreft dan ook evenzeer op het zionisme als op de islamistische revolutionairen (laat u niet misleiden door het woord ‘terreur’!).

Wat hun terreur zo dodelijk maakt is niet alleen de religieuze haat die zij aan eeuwenoude teksten hebben ontleend en die vaak op verdraaiingen is gebaseerd, maar de synthese van religieus fanatisme en moderne ideologie, van eeuwenoude dweperijen en moderne technologie.

Engelbert Luitsz

3 comments for “Het utopia van Theodor Herzl

Comments are closed.