Zwarte Dinsdag 22-7-2014

Khuzaamosque_9414

Zowel de Ebad El Rahman-moskee als de ernaast gelegen watertoren werden vernietigd door het Israëlische leger. (Foto: Simone Wilson)

De Israëlische oorlogsmisdaden vorig jaar liepen naadloos in elkaar over. Elke dag tussen begin juli en eind augustus verdient een eigen herinnering, maar zoals altijd zijn er ook hier weer gebeurtenissen die boven de norm van het gruwelijke uitstijgen. Precies een jaar geleden kwamen alle elementen van seculier en religieus fascisme, waar de joodse staat patent op lijkt te hebben, samen om weer eens uit te halen naar de weerloze Palestijnse burgers. Het bloedbad in de wijk Shuja’iyya van Gaza Stad was net afgelopen, zodat de zionistische bendes op zoek konden naar nieuwe slachtoffers.

Deze keer viel hun oog op Khuza’a, een agrarisch stadje met zo’n 10.000 inwoners, op slechts een paar honderd meter van de Israëlische grens in het zuiden van de Gazastrook. Khuza’a had ook in 2008/2009 te maken gekregen met het Israëlische geweld. Toen vernielden bulldozers huizen, terwijl de inwoners gedwongen werden binnen te blijven. Ook werden er toen burgers doodgeschoten die met een witte vlag naar buiten kwamen. Maar zelfs dat viel in het niet bij wat men vorig jaar te verduren kreeg.

Aangezien Khuza’a niet bekend stond als een broeinest van extremisme – het was juist een bekende toeristische plek – wilden veel inwoners niet geloven dat zij onder vuur genomen zouden worden. Aanvankelijk waren velen gevlucht naar het nabijgelegen Khan Younis, maar toen een aanval uitbleef, keerden ze weer terug. Dat kwam hen duur te staan. Op 21 juli begon het Israëlische leger de aanvoerwegen te bombarderen, zodat vluchten niet meer ging. Bovendien konden ambulances van buitenaf niet meer bij het stadje komen.

Die nacht begon men met zware bombardementen. De volgende dat trokken soldaten het stadje binnen en gingen op zoek naar de lokale imam, Khalil al-Najjar, een van de meest gerespecteerde leiders van de gemeenschap. Ze dwongen de man zich uit te kleden en paradeerden hem naakt door de stad. Later dwongen ze hem alle jonge mannen op te roepen zich te verzamelen bij de moskee, die ondertussen met een bulldozer was vernietigd.

Deze werkwijze is bepaald niet uitzonderlijk. Wat de zionisten hiermee willen bereiken is dat het vernederen van de meest gerespecteerde mensen, gecombineerd met het feit dat man als Khalil opeens als een collaborateur wordt gezien, helpt om wantrouwen binnen de gemeenschap te creëren. Deze psychologische technieken zijn al decennia in gebruik en volgen duidelijke regels.

Tien dagen lang duurde de belegering, terwijl duizenden mensen als ratten in de val zaten. Naast moskeeën werden ook de watertoren en het elektriciteitsnetwerk vernield.

Pas op 2 augustus, dankzij een humanitaire wapenstilstand, konden journalisten poolshoogte gaan nemen. De uitvalswegen lagen bezaaid met lijken en munitie. Israëlische soldaten hadden stelling genomen met hun tanks om iedereen die probeerde te vluchten af te maken. Onder de vele doden vond men zelfs het lichaam van een jong meisje, op enkele meters van haar rolstoel.

In een huis waren zes strijders op gruwelijke manier afgeslacht. De mannen hadden geprobeerd te vluchten en hadden zich verschanst in een huis. Toen ze zonder munitie kwamen te zitten werd de eerste man naar buiten getrokken door de Israëlische soldaten en ter plekke geëxecuteerd. Daarna stuurde men gevechtshonden naar binnen. Een getuige vertelde over de verschrikkelijke kreten die hij hoorde. Daarna gingen de soldaten naar binnen en maakten het karwij af met hun geweren.

Op de muren geen swastika’s, maar davidsterren. Scholen werden gebruikt als hoofdkwartier, elitetroepen werden vanaf helikopters op de daken van huizen gedropt. Bleef je binnen dan werd je gedood, probeerde je te vluchten dan werd je gedood. En zoals bij elke Israëlische aanval werd er geen enkel onderscheid gemaakt tussen vrouwen, kinderen, ouderen, invaliden, burgers en strijders.

Een maand na het bloedbad schreef Simone Wilson een overzichtsartikel over wat toen bekend was. De Jewish Journal uit Los Angeles had zelf met Palestijnse getuigen gesproken en ook met Israëlische soldaten. Maar vanuit Israël weigerde men commentaar te geven op de getuigenissen en de soldaten durfden hun mond niet open te doen over wat ze hadden aangericht. Haar beschrijving laat echter niets te raden over:

Vandaag, meer dan een maand na de eerste invasie, zijn de buitenwijken van Khuza’a veranderd in een woestenij van verkruimeld stucwerk en cement. De lucht die ooit zo fris was, ruikt naar stof en dood. Aan de rand van Khuza’a zijn olijfboomgaarden gereduceerd tot stukken hout en bladeren en scherven van de witte broeikassen steken als gebroken vleugels uit het zand waar de Israëlische tanks rondreden. Alles wat over is van de belangrijkste moskee, een van de negen die zouden zijn vernietigd tijdens de Israëlische inval, zijn een koepel en een minaret, ingeklemd tussen bergen puin.

De commandant van de Givatibrigade, die verantwoordelijk was voor de wreedheden, was kolonel Ofer Winter, een religieuze maniak die zijn bevelen rechtstreeks van de Heer krijgt. Er wordt vaak gekozen voor dit soort lieden als officieren, want dan is men er zeker van dat ze niet geplaagd zullen worden door enige vorm van compassie met de niet-joodse medemens. Vaak komen ze uit de kolonistenbeweging. Iedereen mag zijn eigen kleine Heilige Oorlog voeren, zolang het maar past binnen het grotere kader van het zionistische project.

In het onlangs verschenen boek van Max Blumenthal over “de oorlog van 51 dagen” wordt niet alleen alles bevestigd wat in een eerder stadium naar buiten was gekomen over de aanval op Khuza’a, het bleek zoals immer weer veel erger te zijn geweest.

Gedurende tien dagen vormde het landelijke stadje het decor voor de ergste wreedheden van de oorlog, toen het grensgebied veranderde in een veld van bloed.

Engelbert Luitsz

Simone Wilson, What really happened in the battle of Khuzaa, Gaza?
Max Blumenthal, The 51 Day War

7 comments for “Zwarte Dinsdag 22-7-2014

Comments are closed.